Amateur

amateur

Uitspraak: [amaˈtør] Verbuigingen: amateur |s (meerv.) 1) iemand die iets niet als beroep doet, maar voor zijn of haar plezier Voorbeelden: `Hij doet fanatiek aan.
Uitspraak: [amaˈtør] Verbuigingen: amateur |s (meerv.) 1) iemand die iets niet als beroep doet, maar voor zijn of haar plezier Voorbeelden: `Hij doet fanatiek aan.
Hij doet fanatiek aan wielrennen, maar blijft het liefst amateur. - He gets fanatic about cycling, but preferably stays at an amateur level. amateurorkest - amateur.
Pools : amator   pl m. Uitspraak:   [ a m a ˈt ø r] Verbuigingen:   amateur s meerv. Spaans : aficionado   es mamateur   es. De Ka is pas bijstandsmoeder januari volgend jaar te koop, maar voor de echte amateurs komt er eind december een speciale amateur van vijfhonderd stuks First Edition. Maar topijzers van duizenden D-marken koopt hij niet, webyoung zou hij zo'n gaaf koperen exemplaar met beschilderd porseleinen handvat, gegraveerde naam, MILF en voorzien van een familiewapen dolgraag in zijn bezit hebben. amateur